Laatst werd ik overmand door een filosofische bui waarin ik me bleef verbazen dat je als mens een product bent van twee ouders. Dat kunnen twee totaal verschillende personen zijn waar je de rest van je leven onlosmakelijk mee bent verbonden. Als het goed is blijf je ook de rest van je leven ontzettend veel van ze houden. Dat neemt niet weg dat je vaker momenten hebt gehad dat je ze het liefst achter het behang wil plakken. Een beetje een omgekeerde rolbeleveing, tenslotte ben ik ook ouder van kinderen.
Je weet wel, zo een moment waarop jouw vader woorden kiest die jouw moeder tekortdoen en dat je denkt: ‘Gast, je moest eens weten wat deze vrouw allemaal voor jou en jouw kinderen doet zodat jij het maar naar je zin hebt.’ Dat voelt zo onrechtvaardig, zeker omdat het van hem komt en met het gevolg dat de liefde jegens jouw eigen vader behoorlijk bekoelt op dat moment.
Of van die momenten dat jouw moeder in een zekere setting lelijk praat over jouw vader dat het als een steek in de ziel voelt. Je voelt je verraden door jouw eigen moeder en je vraagt je af waarom ze dat doet. ‘Is hij dan niet onze beschermheer die er alles aan doet om het ons zo aangenaam mogelijk te maken?’ Ook dat is een moment dat je voelt dat de liefde voor jouw moeder een duik neemt om vervolgens weer, een moment is maar tijdelijk, de gebruikelijke herstelbeweging te maken. Soms is daar slechts een kleine moederlijke geste voor nodig om dat vorige weer helemaal te doen vergeten.
Twee personen, maar allebei onderdeel van jezelf met alle gevolgen van dien. Als vader maak ik me daar ook schuldig aan. Ik betrap mezelf regelmatig op een onheuse behandeling richting een van mijn kinderen dat hun blik de hoogte van de liefdesindex naar mij toe duidelijk verraadt.En ook in mijn geval is een kleine blijk van genegenheid voldoende om het tij te doen keren.
Ik schrijf dit terwijl het WK 2026 volop gaande is en Marokko en Nederland zich volop aan het opmaken zijn voor een historisch treffen. En ja hoor, de inkt van de schemas van de 16de finales is nog niet opgedroogd of de vraag voor wie je bent wordt al op ons afgevuurd, wij Marokkaanse Nederlanders. Ik zie het om me heen gebeuren, op straat, op werk, op de voetbalclub in de voetbalkleedkamers. De een komt er openlijk voor uit voor Marokko te zijn omdat hij niets met Nederland heeft. Vreemd vind ik dat als je hier bent opgegroeid, opgeleid en je bestaan hebt opgebouwd. ‘Stank voor dank’ zou Johan Derksen zeggen. De ander zie ik ongemakkelijk balanceren op een diplomatiek koord wat alles behalve overtuigend overkomt. Weer een ander heeft Marokko helemaal van zich afgeschud en is voor Nederland. Minstens zo vreemd als de eerste categorie. Je kunt immers de takken van een boom snoeien, maar zo lang de boom leeft zitten diezelfde wortels in de grond.
Voor wie ben ik eigenlijk? Heel simpel! Op dit moment ben ik voor Marokko. Niet omdat ik mezelf onder de eerste categorie schaar, maar omdat ik op dit moment boos ben op Nederland. In mijn achterhoofd speelt het sentiment jegens asielzoekers,de straffeloze houding jegens Israel, het verantwoordelijk stellen van Marokkaanse jongeren voor elke wandaad die door een Marokkaans Nederlandse jongere wordt gepleegd.
Tja, liefde krijgt soms een deuk door woorden, keuzes of gedrag. Maar een kleine omhelzing, een welgemeend excuus of een arm om de schouder kan de liefde weer doen opbloeien. Dus Holland, zet m op! Een glimp van genegenheid en ik kan zomaar weer voor Oranje zijn!
Reda Belkadi